Laatst aangepast op woensdag, 05 januari 2011 08:51
Herinneringen aan Ludwig Kapl.
Hij was in het midden van de vorige eeuw een van onze Udense kappers en had zich in 1952 gevestigd aan de Marktstraat. Tegenover zijn kapsalon knipte Wim Christiaans. Verder kenden we in Uden kapper Van Hurne en De Bie. Ludwig Kapl genoot, zoals dat bij de meeste kappers het geval was, een vrij grote bekendheid. Mijn inmiddels van de wilde haren, maar ook de overige begroeiing ontdane bol, heeft Ludwig Kapl nooit onder handen gehad. Nadat de oude kapper Van Hurne bij ons op ’t Veld het welletjes vond, kwamen wij zowat automatisch terecht bij Christiaans en dat was rond 1950. Zoals je je vaste biechtvader had, zo bezocht je ook dezelfde kapper om je buitenissige nek- en andere haren (het knippen moest wel de moeite waard zijn !) te laten kortwieken. Niet alleen de te weelderige haardos, waarmee je met goed fatsoen niet meer in de kerk kon komen, was een criterium om de kappersgang te maken. Ook ons moeders’ portemonnee, doorgaans aan de platte kant, bepaalde enigszins het moment, waarop wij geknipt konden worden.
Graag had ik kapper Ludwig Kapl ontmoet. Hij was een energieke, voortvarende persoonlijkheid die, nauwelijks in Uden neergestreken, lid werd van de plaatselijke damclub. Met enkele leden besloot hij op een clubavond in mei 1953 het dambord om te keren en te gaan schaken. Ludwig werd de eerste voorzitter van de nieuwe Udense schaakvereniging. Hij bekleedde die functie achttien jaar lang. Onder zijn leiding groeide O.D.I. ( = Ontspanning Door Inspanning) uit tot een vereniging met een ledental van veertig, waaronder ook schakers van buiten Uden. In de lunchroom van banketbakker Scheepens was het clubhuis gevestigd.
Kapper Kapl was in de kapperswereld een begrip. In Den Bosch en Nijmegen was hij leraar aan de kappersvakschool. Tevens was hij jarenlang examinator. Hij leidde heel wat mannen op tot kapper, o.a. Huub Prinssen, Henk ter Horst, Frits Goorhuis en, later niet de minste in het kappersjargon, Maarten Ploegmakers. Zijn kapsalon muntte vooral uit in de gezellige sfeer. Naast de gewone man knipte hij ook de Udense notabelen. Onder de prominente klanten, bij wie hij ooit de schaar hanteerde, mag zeker genoemd worden kardinaal Gracias uit Bombay, die voor een bisschoppencongres in Uden op de pastorie bij pastoor de Louw logeerde. Ludwig vond het uiteraard een hele eer dat de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder naar zijn kapsalon kwam voor een was- en knipbeurt.
Daar zit nog een aardige anekdote aan vast. Terwijl de kardinaal de knipbeurt onderging, rookte hij een sigaartje. Maar toen het moment daar was, dat zijn haren gewassen moesten worden, kwam het rookartikel van de monseigneur op de grond terecht. Toen de kardinaal weer vertrokken was in zijn door een privéchauffeur bestuurde limousine, lag dat halfopgerookte sigaartje daar maar te liggen als een wat nattig aandenken. “Nou heb ik een relikwie van hem”, was zijn direkte reaktie. Hij behaalde er destijds de landelijke pers mee.
De heer Kapl, ook een verwoed visser en filatelist, heeft zoals gezegd, zijn sporen verdiend voor de Udense schaakvereniging ODI. Niet voor niets werd hem midden jaren ’80 het predikaat van erevoorzitter toegekend. Ruim een jaar voor zijn overlijden mocht hij met enige trots vernemen, dat bij ODI, als een soort hommage aan de oprichter, gestreden ging worden om de zg. Ludwig Kapl Bokaal. Die wisselbeker wordt dit jaar voor de 19e keer uitgereikt aan de winnaar van die speciale competitie. Ludwig Kapl blijft hierdoor gemakkelijk in onze herinnnering.









